ECLI:NL:RBDHA:2024:16898
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening voor uitstel van vertrek wegens medische noodsituatie
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van 23 augustus 2024 waarin geen uitstel van vertrek werd verleend vanwege zijn medische situatie. Hij verzocht om een voorlopige voorziening om zijn bezwaar in Nederland en in de opvang af te wachten.
De voorzieningenrechter heeft op 7 oktober 2024 het verzoek behandeld en besloten het verzoek toe te wijzen. De rechtsgevolgen van het besluit worden geschorst tot vier weken na de beslissing op bezwaar, en verzoeker mag in die periode niet uit de opvang worden gezet.
De belangenafweging leidde tot het oordeel dat het strikt toepassen van het beleid, waarbij bij niet-aangetoonde identiteit geen toetsing plaatsvindt aan feitelijke toegankelijkheid van medische zorg, in dit geval onevenredig is. Verzoeker loopt zonder medische behandeling het risico op een situatie in strijd met artikel 3 EVRM Pro.
Verweerder wordt opgedragen om in de beslissing op bezwaar de feitelijke toegankelijkheid van medische zorg te toetsen voor zover objectief mogelijk. Verzoeker krijgt een proceskostenvergoeding van €875,- toegekend. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen, besluit geschorst en verzoeker mag in opvang blijven tot beslissing op bezwaar.