Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
de Minister van Asiel en Migratie¹, (gemachtigde: L. Verhaegh).
Procesverloop
Overwegingen
Belangenafweging
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Algerijnse nationaliteit, is op 12 april 2024 de maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten en beoordeelt de rechtmatigheid van het voortduren van de bewaring vanaf het sluiten van het eerdere onderzoek.
De rechtbank stelt vast dat de Algerijnse autoriteiten op 2 augustus 2024 de nationaliteit van eiser hebben bevestigd en dat de minister op 8 augustus 2024 een vlucht met escorts heeft aangevraagd voor de uitzetting. Door de complexiteit van de procedure, waaronder de verwerking van niet-uniforme gegevens en de noodzaak van escorts vanwege overstappen, is de verwachte vertrekdatum vastgesteld op 7 oktober 2024. De minister heeft regelmatig vertrekgesprekken gevoerd, waaruit blijkt dat eiser niet meewerkt aan zijn terugkeer.
De rechtbank oordeelt dat de minister voldoende voortvarend heeft gehandeld en dat eiser zijn rechtsplicht om Nederland te verlaten niet nakomt. Er zijn geen feiten die het onrechtmatig maken om de bewaring voort te zetten. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.