ECLI:NL:RBDHA:2024:16822
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens prematuur ingediend tegen niet-tijdig beslissen asielaanvraag
Eiser heeft op 29 juli 2024 beroep ingesteld tegen het uitblijven van een besluit op zijn asielaanvraag van 10 april 2023. De wettelijke beslistermijn van zes maanden zou oorspronkelijk op 10 oktober 2023 eindigen. Verweerder heeft echter met de inwerkingtreding van de WBV 2023/3 de beslistermijn met negen maanden verlengd, waardoor deze pas op 10 juli 2024 afliep.
De rechtbank heeft in eerdere uitspraken geoordeeld dat deze verlenging rechtsgeldig is, omdat verweerder aannemelijk heeft gemaakt dat de situatie voldeed aan de voorwaarden van artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet 2000. Hierdoor was de ingebrekestelling van 10 juli 2024 prematuur, omdat de beslistermijn op dat moment nog niet was verstreken.
Daarom is het beroep van eiser niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter M.J. Schouw en griffier Ż.A. Meinert, en openbaar gemaakt op 14 oktober 2024.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet-tijdig beslissen op de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuriteit.