ECLI:NL:RBDHA:2024:16752
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag machtiging voorlopig verblijf wegens ontbreken familie- of gezinsleven
Eiser, met de Liberiaanse nationaliteit, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) als familie- of gezinslid bij zijn vader, de referent, die sinds 2000 in Nederland woont. De minister wees de aanvraag af omdat eiser niet onder het jongvolwassenenbeleid valt en er geen sprake is van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheid of samenwoning sinds het vertrek van de referent uit Liberia.
Eiser betoogde dat er wel degelijk sprake is van familieleven, mede door financieel en sociaal contact, en verwees naar de Werkinstructie 2020/16 die een gedwongen scheiding door een vluchtsituatie anders weegt. De rechtbank oordeelde echter dat de minister terecht heeft geoordeeld dat eiser niet voldoet aan de samenwoningseis en dat de lange periode sinds de scheiding doorslaggevend is.
Daarnaast stelde de minister dat een belangenafweging niet noodzakelijk was vanwege een recente uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak. De rechtbank bevestigde dit standpunt en verklaarde het beroep ongegrond, waarbij eiser geen griffierecht of proceskostenvergoeding ontvangt.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag voor een mvv wordt afgewezen wegens ontbreken van familie- of gezinsleven.