ECLI:NL:RBDHA:2024:16741
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak na niet-ontvankelijkverklaring verblijfsvergunning
De zaak betreft een verzoek om een voorlopige voorziening tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk te verklaren.
Verzoeker, van Myanmarese nationaliteit, heeft tegen dit besluit beroep ingesteld. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening samen met een gerelateerde zaak op 1 oktober 2024 behandeld, waarbij verzoeker niet is verschenen en de minister zich liet vertegenwoordigen.
Gezien de uitspraak op het beroep in de gerelateerde zaak is een voorlopige voorziening niet meer nodig. Daarom is het verzoek afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat op het beroep uitspraak is gedaan.