ECLI:NL:RBDHA:2024:16695
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek rechterlijke machtiging opname en verblijf op grond van de Wet zorg en dwang
Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) heeft een verzoek ingediend voor een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf van cliënt op grond van artikel 24 van Pro de Wet zorg en dwang (Wzd) voor de duur van zes maanden. Cliënt, geboren in 1976, verblijft momenteel in een accommodatie en wordt vertegenwoordigd door een advocaat. Tijdens de zitting op 5 september 2024 heeft cliënt bezwaar gemaakt tegen de machtiging en aangegeven bereid te zijn tot een zorgmachtiging onder de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz).
Cliënt lijdt aan een verslaving en posttraumatische stressstoornis (PTSS) en er is discussie over de aanwezigheid van een licht verstandelijke beperking. De medische verklaring van een psychiater werd betwist vanwege het gebrek aan specialisatie en onafhankelijkheid. De behandelcoördinator gaf aan dat eerdere behandelingen voor verslaving niet succesvol waren en dat de behandeling zich vooral op de PTSS zou moeten richten.
De rechtbank constateerde dat de diagnose van een verstandelijke beperking niet eenduidig is en dat de cliënt beter past onder de Wvggz. Het tijdelijke indicatiebesluit van het CIZ ondersteunt dit oordeel. Gezien het ontbreken van een blijvend ernstig nadeel en de bereidheid van cliënt tot vrijwillige behandeling, werd het verzoek tot machtiging afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot rechterlijke machtiging tot opname en verblijf op grond van de Wet zorg en dwang wordt afgewezen omdat cliënt beter past onder de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg.