ECLI:NL:RBDHA:2024:16676
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing visumaanvraag kort verblijf wegens onvoldoende economische en sociale binding met Syrië
Eisers, Syrische staatsburgers, dienden in 2022 aanvragen in voor een visum kort verblijf om hun zoon in Nederland te bezoeken. De Minister van Buitenlandse Zaken wees deze aanvragen af wegens onvoldoende bewijs van het doel en de omstandigheden van het verblijf en redelijke twijfel over het voornemen om tijdig terug te keren naar Syrië.
Eisers voerden aan dat zij wel economische banden hebben, onder meer via pensioeninkomsten en verhuur van onroerend goed, en sociale banden via een inwonende dochter. De rechtbank oordeelde dat de pensioenverklaring onvoldoende bewijs bood en dat het onroerend goed niet aantoonde dat zij inkomsten genereren. De sociale binding werd onvoldoende geacht omdat de dochter niet afhankelijk is en de algemene veiligheidssituatie in Syrië een rol speelt.
De rechtbank vond dat de Minister terecht het bezwaar ongegrond verklaarde en dat er geen schending was van de hoorplicht, omdat redelijkerwijs geen twijfel bestond dat het bezwaar tot een ander besluit zou leiden. Het beroep werd ongegrond verklaard, zonder terugbetaling van griffierecht of proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de visumaanvragen wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende economische en sociale binding met Syrië.