ECLI:NL:RBDHA:2024:16670
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak Dublin-procedure
Verzoeker, van Libische nationaliteit, had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister van Asiel en Migratie had dit verzoek niet in behandeling genomen omdat Zwitserland verantwoordelijk was voor de behandeling volgens de Dublin-verordening.
Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg tegelijkertijd om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht zonder zitting.
Op dezelfde dag werd in een andere zaak uitspraak gedaan over het beroep van verzoeker. Hierdoor was een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk. De voorzieningenrechter wees het verzoek daarom af en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter F. Sijens en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.