ECLI:NL:RBDHA:2024:16640
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening na niet-ontvankelijk verklaring beroep verblijfsvergunning
Verzoeker, van Algerijnse nationaliteit, heeft een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, die door de minister van Asiel en Migratie op 2 augustus 2024 is afgewezen als kennelijk ongegrond. Hiertegen is beroep ingesteld, geregistreerd onder zaaknummer NL24.30588.
Verzoeker heeft tevens een voorlopige voorziening gevraagd, welke samen met het beroep op 2 oktober 2024 is behandeld. Verzoeker en zijn gemachtigde zijn niet verschenen, terwijl de minister zich heeft laten vertegenwoordigen.
De rechtbank heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Op grond hiervan wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het samenhangende beroep niet-ontvankelijk is verklaard.