Eiser, afkomstig uit Marka (Somalië) en lid van de Benadiri minderheid, diende op 27 oktober 2022 een asielaanvraag in die op 13 november 2023 werd afgewezen door de minister van Asiel en Migratie. De afwijzing was gebaseerd op het standpunt dat de problemen vanwege zijn etniciteit niet zwaarwegend genoeg waren en dat zijn vrees voor Al Shabaab niet aannemelijk was.
De rechtbank oordeelt dat hoewel de problemen met zijn minderheidsstam niet leiden tot vluchtelingenstatus, de minister ten onrechte heeft geoordeeld dat de vrees voor Al Shabaab niet aannemelijk is. Eiser heeft geloofwaardig verklaard dat hij persoonlijk in de negatieve aandacht van Al Shabaab stond en zelfs is aangevallen. De minister heeft onvoldoende rekening gehouden met artikel 4, vierde lid, van de Kwalificatierichtlijn, dat een zwaardere motiveringsplicht oplegt bij eerdere blootstelling aan vervolging.
Daarnaast is gebleken dat de minister onterecht heeft aangenomen dat eiser niet tot een risicogroep behoort, terwijl het beleid ten tijde van het besluit anders was dan door de minister gesteld. De rechtbank vernietigt het besluit en draagt op tot een nieuw besluit binnen zes weken, waarbij de minister rekening moet houden met deze uitspraak. Tevens wordt eiser een proceskostenvergoeding van €1.750,- toegekend.