ECLI:NL:RBDHA:2024:16600
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens overdracht aan Zwitserland
Eiser, van Algerijnse nationaliteit, diende een asielaanvraag in die door de minister niet in behandeling werd genomen omdat Zwitserland verantwoordelijk werd geacht op grond van de Dublinverordening. Nederland had op 24 juli 2024 een verzoek tot terugname aan Zwitserland gedaan, dat werd aanvaard.
Eiser stelde dat hij onzorgvuldig is behandeld omdat hij niet opnieuw is gehoord over de overdracht aan Zwitserland, wat volgens hem in strijd is met artikel 5 van Pro de Dublinverordening en relevante nationale regelgeving. De minister betoogde dat aanvullend horen niet nodig was en dat eventuele hoorgebrek met toepassing van artikel 6:22 Awb Pro kon worden gepasseerd.
De rechtbank oordeelde dat eiser inderdaad niet adequaat is gehoord over de overdracht aan Zwitserland, waardoor het besluit in strijd is met artikel 5 van Pro de Dublinverordening. Echter, gelet op het feit dat eiser schriftelijk vragen heeft beantwoord, geen concrete bezwaren heeft geuit en niet is verschenen op de zitting, concludeerde de rechtbank dat eiser niet in zijn belangen is geschaad door het hoorgebrek.
Daarom werd het gebrek gepasseerd en bleef het besluit in stand. Het beroep werd ongegrond verklaard en de asielaanvraag mocht terecht buiten behandeling worden gesteld. Eiser kreeg wel recht op een proceskostenvergoeding van €875 wegens het indienen van het beroepschrift.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag mag terecht buiten behandeling worden gesteld met overdracht aan Zwitserland.