Eiseres had bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van haar aanvraag voor energietoeslag en vervolgens beroep ingesteld tegen de besluiten van het college van burgemeester en wethouders van Leiderdorp. Het college had het bezwaar aanvankelijk ongegrond verklaard en geen dwangsom toegekend, maar later de besluiten herzien en alsnog een dwangsom van €1.442,- en een proceskostenvergoeding toegekend.
De rechtbank beoordeelde dat het beroep tegen de eerdere besluiten niet-ontvankelijk was vanwege het ontbreken van procesbelang, aangezien deze besluiten waren vervangen door latere besluiten. Ook stelde de rechtbank vast dat eiseres geen belang meer had bij het beroep tegen het laatste besluit, omdat het college haar tegemoet was gekomen met de maximale dwangsom en proceskostenvergoeding.
Eiseres had schade gesteld door het ontbreken van energietoeslag, maar deze schade was niet het gevolg van het uitblijven van een beslissing over de dwangsom en proceskosten. Daarom was er geen belang bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk, maar veroordeelde het college tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres.