ECLI:NL:RBDHA:2024:16371
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.S. Gaastra
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel van bewaring en onvoldoende voortvarendheid minister
De minister legde op 30 mei 2024 een maatregel van bewaring op aan eiser op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Deze maatregel is eerder door de rechtbank getoetst en als rechtmatig beoordeeld tot het sluiten van het onderzoek op 2 augustus 2024.
Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van de maatregel en voerde aan dat de minister onvoldoende voortvarend zou handelen bij zijn uitzetting naar Marokko, onder meer vanwege het ontbreken van recente voortgangsrapportages en onduidelijkheid over de afgifte van een laissez-passer door de Marokkaanse autoriteiten.
De rechtbank oordeelde dat de minister op 30 september 2024 alsnog een recente voortgangsrapportage heeft overgelegd waaruit blijkt dat meerdere vertrekgesprekken zijn gevoerd en dat de Marokkaanse autoriteiten de nationaliteit van eiser hebben bevestigd en een laissez-passer hebben toegezegd. Hoewel de vlucht van 27 september 2024 moest worden geannuleerd vanwege aanvullende informatieverzoeken door de Marokkaanse autoriteiten, is dit niet aan te rekenen op de minister.
De rechtbank concludeert dat de minister voldoende voortvarend handelt bij de uitzetting en verklaart het beroep ongegrond. Tevens wijst zij het verzoek om schadevergoeding af en ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard omdat de minister voldoende voortvarend handelt.