ECLI:NL:RBDHA:2024:16330
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen verlenging overdrachtstermijn Dublinverordening
Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen de verlenging van de overdrachtstermijn door de minister van Asiel en Migratie, die gebaseerd is op een MOB-melding vanwege haar onderduiken.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening ontvankelijk zijn, omdat de minister het besluit niet aan de juiste gemachtigde bekend heeft gemaakt en de volmacht onvoldoende is gemotiveerd.
Uit de stukken blijkt dat verzoekster op 6 augustus 2024 is geïnformeerd over de overdracht naar Duitsland en dat zij zonder bericht niet is verschenen op een gesprek met de Dienst Terugkeer en Vertrek. De overdracht op 13 augustus kon daardoor niet doorgaan en verzoekster werd als met onbekende bestemming vertrokken gemeld.
De voorzieningenrechter concludeert dat de minister de overdrachtstermijn terecht heeft verlengd omdat verzoekster zich aan de overdracht heeft onttrokken door onder te duiken. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen, waardoor de overdracht op 9 oktober 2024 kan doorgaan.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen en de geplande overdracht op 9 oktober 2024 kan doorgaan.