Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 september 2024 in de zaak tussen
[eiser A] & [eiser B] , uit [woonplaats 1] , eisers I (SGR 22/2726)
[eiser C] , uit [woonplaats 2] , eiser II, (SGR 22/2729)(gemachtigde: mr. C.J.R. van Binsbergen),
het college van burgemeester en wethouders van Bodegraven-Reeuwijk, verweerder
Inleiding
Waar gaan de zaken over?
Beoordeling door de rechtbank
- steigers en vlonders mogen alleen worden gebouwd ten behoeve van de aangrenzende woning, zomerwoning of recreatieverblijf;
- steigers en vlonders zijn eveneens toegestaan op gronden direct grenzend aan en in eigendom behorend bij het bestemmingsvlak van de (zomer)woning of recreatieverblijf;
- steigers en vlonders hebben een bouwhoogte van minder dan 1 m;
- het gezamenlijk oppervlak van steigers en vlonders mag per woning ten hoogste 15 m² bedragen en per zomerwoning of recreatieverblijf ten hoogste 6 m2.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart de beroepen gegrond;
- vernietigt de bestreden besluiten;
- draagt verweerder op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak nieuwe beslissingen te nemen op de bezwaren van eisers, met inachtneming van deze uitspraak;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 184,- aan eisers I te vergoeden;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 184,- aan eiser II te vergoeden;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eisers I tot een bedrag van € 1.051,80;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser II tot een bedrag van € 875,-.