Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het procesverloop
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 5 september 2024;
- het e-mailbericht van de moeder van 11 september 2024.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
De gecertificeerde instelling verzocht de kinderrechter om vervangende toestemming voor een medische behandeling van een minderjarige, bestaande uit inzet van een kindercoach en opvoedondersteuning bij de moeder thuis. Dit verzoek werd gedaan omdat de vader, die mede het ouderlijk gezag uitoefent, geen toestemming gaf en niet bereikbaar was. De minderjarige vertoonde gedragsveranderingen en een loyaliteitsconflict door de echtscheiding van de ouders.
De kinderrechter heeft vastgesteld dat de inzet van een kindercoach en opvoedondersteuning niet valt onder de wettelijke definitie van medische behandeling zoals bedoeld in artikel 1:265h BW, omdat het niet gaat om behandeling van een ziekte en niet wordt uitgevoerd door een medicus of psycholoog. Daarom kon geen vervangende toestemming worden verleend.
Hoewel het verzoek werd afgewezen, erkende de kinderrechter het belang van de hulpverlening voor het welzijn van de minderjarige en merkte op dat de hulpverlening beschikbaar is en direct kan starten. De kinderrechter stelde tevens vast dat het ontbreken van toestemming van de vader voortkomt uit zijn onbeschikbaarheid en niet uit concrete bezwaren.
De beschikking werd mondeling gegeven op 18 september 2024 en schriftelijk vastgesteld op 25 september 2024. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na uitspraak of betekening.
Uitkomst: Verzoek om vervangende toestemming voor medische behandeling wordt afgewezen omdat het niet onder medische behandeling valt.