Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het uitblijven van een besluit op zijn asielaanvraag van 11 januari 2023. De rechtbank beoordeelde het beroep buiten zitting op grond van artikel 8:54 van Pro de Awb.
Verweerder onderzocht of Nederland verantwoordelijk was voor de behandeling van de asielaanvraag conform de Dublinverordening. De uiterste overdrachtstermijn van zes maanden na het claimakkoord met Zweden verstreek op 7 september 2023, waarna de beslistermijn van zes maanden begon te lopen. Deze beslistermijn zou oorspronkelijk eindigen op 7 maart 2024.
Met de inwerkingtreding van de WBV 2023/3 is de beslistermijn verlengd met negen maanden tot 7 december 2024. De maximale termijn van 21 maanden na indiening van de aanvraag, zoals bepaald in de Procedurerichtlijn, eindigt echter op 11 oktober 2024. Op het moment van de ingebrekestelling was deze termijn nog niet verstreken, waardoor het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is verklaard.
De rechtbank ziet geen reden om af te wijken van eerdere uitspraken waarin de verlenging van de beslistermijn werd bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter K.M. de Jager en griffier S. Mohandes op 4 oktober 2024.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de verlengde beslistermijn nog niet was verstreken.