ECLI:NL:RBDHA:2024:16148
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen overdracht aan Kroatië in asielprocedure
Verzoeker, een Iraakse asielzoeker, had een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, maar de minister van Asiel en Migratie nam deze niet in behandeling omdat Kroatië verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling van zijn aanvraag.
Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen die de overdracht aan Kroatië zou verbieden totdat het beroep was beslist. De voorzieningenrechter overwoog dat de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State recent een zaak had behandeld waarin de opvangvoorzieningen en het risico op pushbacks in Kroatië aan de orde waren gekomen, en dat de uitkomst van die zaak relevant kon zijn voor de beoordeling van het beroep van verzoeker.
Gezien de onzekerheid over de feitelijke omstandigheden in Kroatië en het lopende onderzoek in de hoofdzaak, besloot de voorzieningenrechter het verzoek tot voorlopige voorziening toe te wijzen. Het bestreden besluit werd geschorst en de overdracht aan Kroatië werd verboden totdat op het beroep was beslist. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker.
Uitkomst: Het verzoek tot voorlopige voorziening wordt toegewezen en de overdracht aan Kroatië wordt geschorst totdat op het beroep is beslist.