Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De bewijsbeslissing
1. Wat is de opbouw van de vermeende explosieve constructie?
De constructie is opgebouwd uit twee Shells en kan worden geclassificeerd als een zogenaamde ‘geïmproviseerde (=zelfgemaakte) explosieve constructie’. De constructie bestond uit twee (vuurwerk)Shells die tegen elkaar aan getapet waren met zwarte verstevigde tape. Het snellont van beide Shells komt samen tot één snellont met aan het uiteinde een groen vuurwerklont. De verwachting is dat, wanneer het groene vuurwerklont aan het uiteinde wordt aangestoken, beide Shells gelijktijdig tot ontploffing zullen komen.
Bij de twee explosies treden effecten als hitte, kortstondige vuurverschijnselen en een drukgolf. Door de vuurverschijnselen kunnen in de omgeving aanwezige brandbare materialen ontsteken en zo tot brand leiden.
Bij de beproeving zijn door de explosieve kracht van de tweede simultane explosie (van de breekladingen van beide Shells) de Shells volledig verscherft en is de betontegel compleet kapotgeslagen en deels vergruisd waardoor fragmenten met een hoge snelheid in de rondte worden geslingerd. Tevens trad een zeer luide knal waarbij op 25 meter afstand een geluidsdruk van 140,8 dB(AI) werd geregistreerd.
Vooral door de rondvliegende fragmenten en de knal ontstaat gevaar voor letsel voor eventueel in de directe nabijheid aanwezige personen ten tijde van de tweede ontploffing. Het gevaar voor personen is sterk afhankelijk van waar de persoon zich bevindt ten tijde van de ontploffing:
Technisch gezien voldoet de explosieve constructie aan de definitie van:
‘een voorwerp bestemd voor het treffen van personen of zaken door vuur of door middel van ontploffing’, zoals vermeld in artikel 2, lid 1, categorie II, 7° van de Wet wapens en munitie.
27-02-2024 omstreeks 19.30 uur Station Schiedam centraal
27-02-2024 omstreeks 19.50 uur omgeving BP [adres 2] te Rotterdam
27-02-2024 omstreeks 20.05 uur Zevenkampse Ring te Rotterdam
27-02-2024 omstreeks 21.30 uur plaats delict [straatnaam] te Den Haag.
- [medeverdachte 3] , geboren op [geboortedag 2] 1995 (telefoonnummer [telefoonnummer 3] )
- [de verdachte] , geboren op [geboortedag 1] 2000 (telefoonnummer [telefoonnummer 1] )
Op basis van deze vergelijkingen blijkt dat de mobiele telefoons van de verdachten [medeverdachte 3] en De Jong op 27 februari 2024 tussen 18.00 uur en 24.00 uur dezelfde reisbeweging maken. Daarnaast blijkt dat deze reisbewegingen ook nog binnen hetzelfde tijdsbestek plaatsvinden. Hieruit kan worden geconcludeerd dat de beide verdachten tezamen hebben gereisd of vlak na elkaar dezelfde route hebben afgelegd.
Je hem Mbma in die tas als die Je vraagt;
Kijk ook voor je tel laden ondertussen;
Jaaa kijk een goeie plek bij die flat bij de fietse pro's.
We zijn erin 4 min;
Dan moeten we die [bijnaam 1] ergens droppen en naar jou komen toch.
16. U vraagt of ik naar Schiedam ben gereden als bestuurder om [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] op te halen. Dat klopt.
23. U vraagt of het dus klopt dat de verdachte dus bij mij in de auto zat. Ja. 24. U vraagt of wij met zijn vieren naar Zevenkamp zijn gereden. Ja.
In de woning werd inbeslaggenomen: 1 Sig Sauer vuurwapen met patroonhouder.
Met betrekking tot het wapen afgebeeld op foto 20 kan met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid worden gesteld dat het hier gaat om het zelfde wapen als afgebeeld op foto 16.
tebrengen, terwijl daarvan:
en[medeverdachte 3] en/of hun mededader(s)
enin het portiek van de woning aan de [adres 1] begeven en
aande [adres 1] stonden
,telefonisch en/of via videoverbinding bij [medeverdachte 3] geverifieerd
hebbenof zij bij het juiste adres waren, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid,
en[medeverdachte 3] naar de nabije omgeving van de Juliana van Stolberglaan te vervoeren en de vlucht mogelijk te maken;
erkenningte verhandelen, aan meer personen
heeftverzonden,
4.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De strafoplegging
7.De vordering van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
- immateriële schade van € 6.000,00, vanaf 27 februari 2024, omdat vast is komen te staan dat de schade vanaf die datum is ontstaan;
- het bedrag van € 1.520,00, vanaf 28 februari 2024, omdat de kosten op die datum zijn gemaakt;
- het bedrag van € 4.256,78, vanaf 29 februari 2024, omdat de kosten op die datum zijn gemaakt;
- het bedrag van € 3.680,01, vanaf 3 april 2024, omdat de kosten op die datum zijn gemaakt.
- het bedrag van € 6.000,00: vanaf 27 februari 2024, tot de dag van algehele voldoening;
- het bedrag van € 1.520,00: vanaf 28 februari 2024, tot de dag van algehele voldoening;
- het bedrag van € 4.256,78: vanaf 29 februari 2024, tot de dag van algehele voldoening;
- het bedrag van € 3.680,01: vanaf 3 april 2024, tot de dag van algehele voldoening.
8.De toepasselijke wetsartikelen
9.De beslissing
3 (drie) jaren;
- het bedrag van € 6.000,00: vanaf 27 februari 2024, tot de dag van algehele voldoening;
- het bedrag van € 1.520,00: vanaf 28 februari 2024, tot de dag van algehele voldoening;
- het bedrag van € 4.256,78: vanaf 29 februari 2024, tot de dag van algehele voldoening;
- het bedrag van € 3.680,01: vanaf 3 april 2024, tot de dag van algehele voldoening;
,ten behoeve van [naam 1] ;