ECLI:NL:RBDHA:2024:16035
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot schorsing van verplichte zorg bij psychose
Verzoeker, die onder verplichte zorg staat op grond van een zorgmachtiging, heeft bezwaar gemaakt tegen de verhoging van zijn medicatiedosering, bewegingsbeperking en opname in een accommodatie. Hij ervaart ernstige bijwerkingen en stelt dat er geen sprake is van een psychose, maar van paniekaanvallen. Verzoeker wil terug naar huis en een ander behandelteam.
De psychiater stelt dat verzoeker een recidief paranoïde psychose vertoont en dat de medicatieverhoging noodzakelijk is om de psychose te behandelen. De opname is noodzakelijk vanwege het zorgelijk gedrag en het ontbreken van afspraken over de thuissituatie. Verzoeker is al enkele keren naar huis geweest, maar het contact met zijn moeder verloopt moeizaam.
De rechtbank toetst terughoudend en verwijst naar de zorgmachtiging van maart 2024 die kracht van gewijsde heeft. De rechtbank concludeert dat de medicatie in lijn is met de professionele standaard en dat het risico op verergering van de psychose bij verlaging van de medicatie groot is. Ook is ontslag uit de accommodatie niet verantwoord zonder goede afspraken en een passend ambulant behandelteam.
Daarom ziet de rechtbank geen onjuiste beoordeling en wijst het verzoek tot schorsing af. De beslissing tot het toedienen van medicatie, bewegingsbeperking en opname blijft gehandhaafd in afwachting van de klachtbehandeling.
Uitkomst: Verzoek tot schorsing van medicatie, bewegingsbeperking en opname wordt afgewezen wegens onvoldoende aanleiding voor onjuiste beoordeling.