De zaak betreft het verzoek van de gecertificeerde instelling tot verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige, die momenteel bij een pleegmoeder verblijft. De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag, maar zijn door persoonlijke problematieken onvoldoende in staat om een veilige en stabiele opvoedsituatie te bieden.
Tijdens de mondelinge behandeling, die met gesloten deuren plaatsvond, waren vertegenwoordigers van de gecertificeerde instelling en de pleegmoeder aanwezig; de ouders waren afwezig ondanks juiste oproeping. De minderjarige is gehoord en gaf aan zich positief te ontwikkelen en goed om te gaan met de hulpverlening en het contact met haar ouders.
De kinderrechter stelt vast dat de wettelijke criteria voor verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing zijn vervuld. De pleegmoeder biedt een veilige en stabiele woonomgeving, en de hulpverlening wordt voortgezet met het oog op de zelfstandigheid van de minderjarige richting haar meerderjarigheid.
De kinderrechter besluit de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing te verlengen tot de minderjarige meerderjarig wordt, met als doel haar welzijn en ontwikkeling te waarborgen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en het hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na uitspraak.