ECLI:NL:RBDHA:2024:15997
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in Dublin-procedure tegen niet-behandeling verblijfsvergunning
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister niet in behandeling is genomen omdat België volgens de Dublin-verordening verantwoordelijk is voor de behandeling.
Tegen dit besluit is beroep ingesteld en tevens is een verzoek om voorlopige voorziening ingediend. De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 6 augustus 2024 behandeld, waarbij verzoeker niet is verschenen.
De voorzieningenrechter overweegt dat gezien de uitspraak op het beroep in de gerelateerde zaak, een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Daarom wordt het verzoek afgewezen. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan op 6 september 2024 en staat geen hoger beroep of verzet tegen open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt afgewezen.