ECLI:NL:RBDHA:2024:1596
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens ontbreken beroepsprocedure
Verzoekster, van Nigeriaanse nationaliteit, had een aanvraag ingediend voor toepassing van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid buiten behandeling werd gesteld in het primaire besluit van 26 september 2023. Verzoekster maakte bezwaar tegen dit besluit en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening. De Staatssecretaris besliste op 1 december 2023 op het bezwaarschrift, maar verzoekster stelde geen beroep in tegen deze beslissing.
De voorzieningenrechter oordeelt dat een verzoek om voorlopige voorziening alleen kan worden gedaan indien er een beroepsprocedure tegen het bestreden besluit loopt. Omdat dit niet het geval is, wordt het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter mr. C.H. de Groot en openbaar gemaakt op 13 februari 2024. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een lopende beroepsprocedure.