Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
1.De procedure
- het op 24 juni 2024 ontvangen verzoekschrift, met productie 1 tot en met 4;
- de e-mail van ADC van 6 september 2024, met vier bijlagen.
Rechtbank Den Haag
ADC Archeologisch Diensten Centrum N.V. verzocht de rechtbank om toestemming op grond van artikel 2:18 BW Pro om het vermogen, dat sinds de omzetting van de Stichting naar een naamloze vennootschap onder vermogensklem stond, vrij te besteden. De Stichting was in 1988 opgericht met een specifiek archeologisch doel en in 2003 met rechterlijke machtiging omgezet in ADC N.V., waarbij het vermogen slechts met toestemming van de rechter anders mocht worden besteed dan oorspronkelijk was voorgeschreven.
ADC kon niet vaststellen of en in welke omvang het beklemde vermogen nog aanwezig was en verzocht daarom om opheffing van de vermogensklem, omdat deze geen redelijk doel meer zou dienen en dividenduitkeringen mogelijk zou belemmeren. De rechtbank oordeelde dat de wet en jurisprudentie geen beperkingen stellen aan een dergelijk verzoek en dat het belang van alle betrokkenen moet worden meegewogen.
Onderzoek leverde geen aanwijzingen op over het bestaan van een positief beklemd vermogen. De rechtbank concludeerde dat het in stand houden van de vermogensklem geen redelijk doel meer dient en verleende toestemming voor opheffing. De rechtbank wees het verzoek om wijziging van de statuten af, omdat daarvoor geen rechterlijke toestemming vereist is. De beschikking werd op 3 oktober 2024 uitgesproken door rechter H.J. Vetter.
Uitkomst: De rechtbank verleent toestemming om het vermogen vrij te besteden en wijst het verzoek tot statutenwijziging af.