ECLI:NL:RBDHA:2024:15878
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvullende brede ondersteuning op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen
Eiser, wiens moeder slachtoffer is van de kinderopvangtoeslagaffaire, heeft een aanvraag ingediend voor brede ondersteuning voor zichzelf en zijn minderjarige dochter. De gemeente Delft kende hem reeds ondersteuning toe, waaronder hulp bij woningzoeking, een financiële tegemoetkoming van €330,- voor de verzorging van zijn kind, een fietsvergoeding, hotelopvang en een VCA-cursus.
Eiser verzocht om aanvullende vergoedingen voor autorijlessen en een extra babypakket, welke door de gemeente deels werden afgewezen. De rechtbank oordeelt dat de gemeente zorgvuldig onderzoek heeft gedaan, rekening houdend met de draagkracht van eiser en dat de afwijzing van de aanvullende vergoedingen redelijk is. De rechtbank benadrukt dat brede ondersteuning maatwerk is en niet bedoeld is als algemene inkomensondersteuning.
De rechtbank vindt dat eiser onvoldoende heeft onderbouwd waarom de aanvullende kosten noodzakelijk zijn en dat het beroep op het gelijkheidsbeginsel niet is gespecificeerd met concrete vergelijkbare gevallen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de gedeeltelijke afwijzing van zijn aanvraag om brede ondersteuning wordt ongegrond verklaard.