ECLI:NL:RBDHA:2024:15845
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf
Eiser heeft op 24 maart 2023 een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis. Na het uitblijven van een tijdige beslissing heeft eiser meerdere keren beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit. De rechtbank heeft eerder een beslistermijn van twee weken opgelegd, maar verweerder heeft hieraan niet voldaan.
De rechtbank wijst het verzoek om vrijstelling van griffierecht toe vanwege betalingsonmacht van eiser. Op grond van de Algemene wet bestuursrecht wordt het niet tijdig nemen van een besluit gelijkgesteld aan een besluit. De rechtbank stelt vast dat verweerder de opgelegde beslistermijn niet heeft nageleefd, waardoor het beroep kennelijk gegrond is.
De rechtbank legt een dwangsom op van €200 per dag met een maximum van €15.000 voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden. Tevens worden de proceskosten van eiser vastgesteld op €437,50. De rechtbank draagt verweerder op binnen twee weken alsnog een besluit te nemen op de aanvraag.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, draagt verweerder op binnen twee weken een besluit te nemen en legt een dwangsom op voor overschrijding.