ECLI:NL:RBDHA:2024:15786
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in Dublin-procedure asielaanvraag
Verzoekster, van Marokkaanse nationaliteit, heeft een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister van Asiel en Migratie heeft bij besluit van 23 juli 2024 deze aanvraag niet in behandeling genomen omdat Frankrijk volgens de Dublin-verordening verantwoordelijk is voor de behandeling van haar asielaanvraag.
Verzoekster heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd bij de voorzieningenrechter. De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht zonder zitting uitspraak gedaan.
Omdat de rechtbank op dezelfde dag een uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL24.29376), acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet meer nodig en wijst het verzoek af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld.