ECLI:NL:RBDHA:2024:15783
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag niet-ontvankelijk verklaard
Eiseres, van Marokkaanse nationaliteit, had een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister van Asiel en Migratie had deze aanvraag niet in behandeling genomen omdat Frankrijk verantwoordelijk werd geacht voor de aanvraag op grond van de Dublin-verordening.
Eiseres stelde beroep in tegen dit besluit. De rechtbank beoordeelde het beroepschrift en constateerde dat dit niet de vereiste gronden van beroep bevatte, zoals voorgeschreven in artikel 6:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De rechtbank gaf de gemachtigde van eiseres de gelegenheid om dit verzuim te herstellen binnen een gestelde termijn.
De gemachtigde gaf aan geen gronden te zullen indienen en adviseerde eiseres om een andere advocaat te zoeken. Er werden geen gronden ingediend binnen de gestelde termijn en er was geen verschoonbare reden voor het uitblijven daarvan. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en deed geen inhoudelijke beoordeling van de zaak. Eiseres kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van gronden van beroep.