Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
en [eiseres](eiseres), samen te noemen: eisers V-nummers: [V nummer 1] en [V nummer 2]
Rechtbank Den Haag
Eisers, van Syrische nationaliteit, verzochten om een machtiging tot voorlopig verblijf als familie- of gezinslid bij hun dochter, referente, die in Nederland verblijft met een verblijfsvergunning asiel. De minister wees deze aanvragen af, waarna eisers bezwaar maakten en beroep instelden bij de rechtbank.
De rechtbank onderzocht of er sprake is van bijkomende elementen van afhankelijkheid tussen eisers en referente, zoals financiële, materiële, emotionele afhankelijkheid en medische omstandigheden. Eisers stelden dat zij financieel afhankelijk zijn, dat zij ernstige medische en psychische problemen hebben en dat de aardbeving in Syrië hun situatie heeft verslechterd.
De rechtbank oordeelde dat de minister alle relevante omstandigheden voldoende heeft meegewogen en dat eisers niet aannemelijk hebben gemaakt dat hun afhankelijkheid boven het gebruikelijke niveau uitkomt. De emotionele banden en gedeelde ervaringen tijdens de oorlog zijn onvoldoende om van beschermenswaardig familie- of gezinsleven te spreken.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Eisers kunnen binnen vier weken in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eisers tegen de afwijzing van hun machtiging tot voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard.