ECLI:NL:RBDHA:2024:15699

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
10 september 2024
Publicatiedatum
1 oktober 2024
Zaaknummer
NL24.31923
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening tegen overdracht aan Frankrijk in Dublin-procedure

Verzoekster heeft een aanvraag tot verblijfsvergunning asiel ingediend, die door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling is genomen omdat Frankrijk verantwoordelijk zou zijn voor de behandeling volgens de Dublin-verordening. Verzoekster stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht om een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met een gerelateerde bodemzaak en constateerde een gebrek in het besluit van de minister. De minister kreeg de gelegenheid dit gebrek te herstellen.

De voorzieningenrechter wees het verzoek om voorlopige voorziening toe door het bestreden besluit te schorsen en bepaalde dat verzoekster niet mag worden overgedragen aan Frankrijk totdat het beroep is afgehandeld. Tevens werden de proceskosten van verzoekster aan de minister opgelegd.

Uitkomst: Het besluit van de minister wordt geschorst en verzoekster mag niet worden overgedragen aan Frankrijk totdat het beroep is beslist.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL24.31923
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoekster], V-nummer: [V-nummer] , verzoekster (gemachtigde: mr. S. Oukil),
en

de minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. J.R. Vreijsen).

Procesverloop

Bij besluit van 13 augustus 2024 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van verzoekster tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met de zaak NL24.31922, op 27 augustus 2024 op zitting behandeld. Verzoekster is verschenen, bijgestaan door
mr. J. Pieters, als waarnemer van haar gemachtigde. Als tolk is verschenen A.K. Umar. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Bij tussenuitspraak van vandaag, zaaknummer NL24.31922, heeft de rechtbank in het beroep in de bodemzaak waarover dit verzoek om een voorlopige voorziening gaat, geoordeeld dat er sprake is van een gebrek. De rechtbank heeft de minister in de gelegenheid gesteld het geconstateerde gebrek te herstellen.
2. De voorzieningenrechter wijst om die reden het verzoek om voorlopige voorziening toe, schorst het bestreden besluit en bepaalt dat verzoekster niet mag worden overgedragen aan Frankrijk totdat op het beroep tegen het bestreden besluit is beslist.
3. De voorzieningenrechter veroordeelt de minister in de door verzoekster gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit
proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 875,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 875,- en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De voorzieningenrechter:
- treft de voorlopige voorziening dat het bestreden besluit wordt geschorst en dat verzoekster niet mag worden overgedragen aan Frankrijk totdat is beslist op het beroep.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.A.W.M. Engels, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
10 september 2024

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.