Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Ambtshalve toetsing
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
De minister van Asiel en Migratie legde op 14 februari 2024 aan eiser, een Marokkaanse vreemdeling, een maatregel van bewaring op op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank had eerder de rechtmatigheid van de maatregel tot het moment van het sluiten van het onderzoek bevestigd.
De rechtbank beoordeelde vervolgens de periode na het sluiten van het eerdere onderzoek. Eiser stelde dat er geen zicht was op uitzetting naar Marokko, omdat de Marokkaanse autoriteiten ondanks meerdere verzoeken geen laissez passer hadden verstrekt. De rechtbank stelde vast dat de aanvraag voor de laissez passer nog in behandeling was en dat de minister recentelijk contact had gezocht met de autoriteiten om de afgifte te bespoedigen.
De rechtbank oordeelde dat het langdurige onderzoek door de Marokkaanse autoriteiten op zichzelf geen reden is om aan te nemen dat het zicht op uitzetting ontbreekt. Er was geen aanwijzing dat de autoriteiten niet zouden meewerken. De maatregel van bewaring bleef daarmee rechtmatig en het beroep werd ongegrond verklaard. Het verzoek om schadevergoeding werd eveneens afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.