Uitspraak
[eiseres] , uit [woonplaats] (Turkije), eiseres,
[naam 1] en [naam 2](de kinderen),
Rechtbank Den Haag
Eiseres, geboren in Nederland met dubbele nationaliteit (Nederlands en Turks), emigreerde in 2010 naar Turkije en deed in april 2023 paspoortaanvragen voor zichzelf en haar minderjarige kinderen bij de Nederlandse ambassade. Deze aanvragen werden buiten behandeling gelaten omdat het Nederlanderschap van rechtswege verloren was gegaan na tien jaar onafgebroken verblijf buiten het Koninkrijk en de EU, waarbij de termijn op 5 juli 2021 was verstreken.
Eisers stelden dat de termijn van dertien jaar, ingevoerd per 1 april 2022, van toepassing zou moeten zijn en dat verweerder ten onrechte geen bezwaarprocedure had gevoerd. Ook werd aangevoerd dat het Unierechtelijke evenredigheidsbeginsel niet was toegepast, wat volgens hen onevenredige gevolgen had.
De rechtbank oordeelde dat de oude termijn van tien jaar correct werd toegepast omdat de wetswijziging niet met terugwerkende kracht geldt. Het verlies van het Nederlanderschap van de kinderen volgt uit dat van de ouder. De mogelijkheid om via een optieverklaring het Nederlanderschap met terugwerkende kracht te herstellen biedt een passende route voor het Unierechtelijke evenredigheidsbeginsel, maar dit kan niet in een procedure over paspoortaanvragen worden getoetst.
Verder was het niet vereist om eisers in bezwaar te horen, omdat het standpunt van verweerder niet anders zou zijn. De beroepen werden daarom ongegrond verklaard, en eisers krijgen geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug.
Uitkomst: De beroepen tegen het buiten behandeling laten van de paspoortaanvragen zijn ongegrond verklaard omdat het Nederlanderschap van rechtswege verloren is gegaan.