ECLI:NL:RBDHA:2024:15545
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak Dublin Frankrijk
Verzoeker heeft bij besluit van 13 augustus 2024 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister van Asiel en Migratie heeft dit verzoek niet in behandeling genomen omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag op grond van het Dublin-verdrag.
Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en tegelijkertijd een verzoek om voorlopige voorziening ingediend. De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 3 september 2024 behandeld. Verzoeker en zijn gemachtigde waren niet aanwezig, de minister werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.
De voorzieningenrechter overweegt dat vanwege de uitspraak op het beroep in de hoofdzaak (zaaknummer NL24.32076) een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan op 18 september 2024 en is in het openbaar uitgesproken. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld.