ECLI:NL:RBDHA:2024:15543
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en opvang in Frankrijk
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de asielprocedure op grond van de Dublinverordening. De rechtbank beoordeelt dit beroep en verklaart het ongegrond.
De rechtbank overweegt dat eiser reeds meerdere keren aan Frankrijk is overgedragen en dat Nederland een verzoek tot terugname aan Frankrijk heeft gedaan, dat is geaccepteerd. De minister heeft het standaardvoornemen gebruikt om het besluit te motiveren, wat de rechtbank toereikend acht, ook al was de motivering summier. Eiser heeft onvoldoende concrete aanwijzingen geleverd dat Frankrijk zijn internationale verplichtingen niet nakomt, waardoor geen reëel risico op een schending van artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 Handvest Pro bestaat.
Verder acht de rechtbank het interstatelijk vertrouwensbeginsel van toepassing, waarbij wordt aangenomen dat Frankrijk zijn verplichtingen nakomt. De door eiser aangevoerde omstandigheden over opvangtekorten en mogelijke indirecte terugkeer naar Gambia zijn onvoldoende onderbouwd. Ook is niet aannemelijk gemaakt dat de minister het besluit op grond van artikel 17 Dublinverordening Pro onjuist heeft genomen.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst een vergoeding van proceskosten af. Eiser kan tegen deze uitspraak binnen een week hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van zijn asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.