ECLI:NL:RBDHA:2024:15439
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring opvolgende asielaanvraag wegens ontbreken nieuwe elementen
Eiser diende op 5 april 2024 een opvolgende aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister verklaarde deze aanvraag niet-ontvankelijk omdat er geen nieuwe elementen of bevindingen waren die afweken van eerdere afwijzingen. Eerder was in 1996 een asielaanvraag van eiser definitief afgewezen.
Eiser voerde aan dat er wel nieuwe elementen waren, waaronder de oorlog in Gaza en een recente uitspraak van het HvJ EU, en dat er onzorgvuldig was gehandeld door geen medisch onderzoek te verrichten en geen contact op te nemen met zijn gemachtigde voorafgaand aan het gehoor. De rechtbank oordeelde dat een medisch onderzoek bij een opvolgende aanvraag niet verplicht is en dat het gehoor zorgvuldig was verlopen.
De rechtbank verwierp ook het betoog over het ontbreken van contact met de advocaat en stelde dat eiser zelf zijn advocaat of begeleider had kunnen informeren. De aangevoerde nieuwe elementen werden niet als relevant erkend, omdat de situatie in Gaza niet relevant is voor een Libanees en eerdere feiten al beoordeeld waren. De uitspraak van het HvJ EU was niet van toepassing op eiser.
De rechtbank wees het aanhoudingsverzoek af wegens te late indiening en gebrek aan verschoonbare redenen. Het beroep werd ongegrond verklaard, waardoor de minister terecht de aanvraag niet-ontvankelijk verklaarde. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de opvolgende asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.