ECLI:NL:RBDHA:2024:15333
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet-tijdig beslissen asielaanvraag na inwilliging
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar asielaanvraag van 16 juli 2022. Nadat verweerder de aanvraag op 13 januari 2024 heeft ingewilligd, handhaafde eiseres haar beroep. De rechtbank beoordeelde het beroep zonder zitting op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb.
De rechtbank stelde vast dat het beroep tegen het niet-tijdig beslissen feitelijk is komen te vervallen door de inwilliging van de aanvraag, waardoor eiseres geen procesbelang meer heeft. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep kennelijk niet-ontvankelijk.
Gezien het feit dat eiseres terecht beroep had ingesteld vanwege het niet tijdig beslissen, veroordeelde de rechtbank verweerder in de proceskosten van eiseres. De kosten werden vastgesteld op € 437,50, gebaseerd op het Besluit proceskosten bestuursrecht en een lichte wegingsfactor, omdat het beroep enkel betrekking had op het niet tijdig nemen van een besluit.
De uitspraak werd gedaan door rechter A.C.J. van Dooijeweert en griffier S.D.C.J. Verheezen en openbaar gemaakt via geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard en verweerder is veroordeeld in de proceskosten.