ECLI:NL:RBDHA:2024:15300
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren maatregel bewaring vreemdeling en zicht op uitzetting naar Algerije
Eiser, een vreemdeling van Algerijnse nationaliteit, is op 27 juni 2024 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft het beroep op 20 september 2024 behandeld, waarbij eiser en zijn gemachtigde niet verschenen.
De rechtbank heeft overwogen dat de maatregel van bewaring tot het sluiten van het eerdere onderzoek op 12 juli 2024 rechtmatig was. De beoordeling richt zich daarom op de rechtmatigheid van de voortzetting van de maatregel na die datum. Eiser stelde dat de minister onvoldoende voortvarend handelt, omdat het laatste vertrekgesprek op 27 augustus 2024 plaatsvond en er geen eerdere presentatie gepland was.
De rechtbank oordeelt dat de minister voldoende inspanningen heeft verricht, waaronder meerdere rappelleringen en vertrekgesprekken, en dat een presentatie gepland staat op 3 oktober 2024. Daarbij is de minister afhankelijk van medewerking van de Algerijnse autoriteiten. Er is geen aanleiding te veronderstellen dat het zicht op uitzetting ontbreekt. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.