ECLI:NL:RBDHA:2024:1522
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag van 29 juli 2023 niet in behandeling te nemen, omdat Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening. De rechtbank heeft het onderzoek gesloten zonder zitting, omdat partijen geen zitting wensten.
De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Kroatië, ondanks de door eiser aangevoerde pushbacks en vermeende systeemfouten. Eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat Kroatië niet op correcte wijze zal omgaan met zijn asielaanvraag.
Ook het betoog dat de staatssecretaris op grond van artikel 17 Dublinverordening Pro de aanvraag onverplicht aan zich had moeten trekken vanwege familiebanden met een broer in Nederland, wordt verworpen. Eiser heeft de bijzondere omstandigheden niet aannemelijk gemaakt.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst een proceskostenveroordeling af. De uitspraak is gedaan door rechter G.H.W. Bodt en griffier S. Voolstra op 12 februari 2024.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van zijn asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.