ECLI:NL:RBDHA:2024:15110
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
Eiser, een Iraakse Jezidi, verzoekt om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, maar de minister van Asiel en Migratie neemt zijn aanvraag niet in behandeling omdat Duitsland volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling.
Eiser vreest indirect refoulement bij overdracht aan Duitsland, omdat zijn eerdere asielverzoek daar is afgewezen en hij vreest uitzetting naar Noord-Irak, wat volgens hem in strijd is met artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 Handvest Pro. De rechtbank overweegt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en dat eiser onvoldoende heeft onderbouwd dat het Duitse asielsysteem ernstige tekortkomingen vertoont.
De rechtbank stelt vast dat binnen de Dublinprocedure niet kan worden beoordeeld of indirect refoulement dreigt tenzij het vertrouwensbeginsel niet langer geldt, wat hier niet het geval is. Het beroep wordt daarom kennelijk ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.