ECLI:NL:RBDHA:2024:14988
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak Dublinprocedure Kroatië
Verzoekers hebben een verzoek ingediend tot het treffen van een voorlopige voorziening tegen besluiten van de minister van Asiel en Migratie waarin hun aanvragen voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling zijn genomen. De minister baseerde dit op de verantwoordelijkheid van Kroatië voor de behandeling van de asielaanvragen volgens de Dublinverordening.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met gerelateerde zaken op 20 augustus 2024 behandeld. Verzoekers waren aanwezig met hun gemachtigde en een tolk. De minister werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.
Gezien het feit dat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak, waarin de beroepen zijn behandeld, acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet meer noodzakelijk. Daarom wijst hij het verzoek af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.