ECLI:NL:RBDHA:2024:14988

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
26 augustus 2024
Publicatiedatum
20 september 2024
Zaaknummer
NL24.30504 en NL24.30506
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak Dublinprocedure Kroatië

Verzoekers hebben een verzoek ingediend tot het treffen van een voorlopige voorziening tegen besluiten van de minister van Asiel en Migratie waarin hun aanvragen voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling zijn genomen. De minister baseerde dit op de verantwoordelijkheid van Kroatië voor de behandeling van de asielaanvragen volgens de Dublinverordening.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met gerelateerde zaken op 20 augustus 2024 behandeld. Verzoekers waren aanwezig met hun gemachtigde en een tolk. De minister werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.

Gezien het feit dat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak, waarin de beroepen zijn behandeld, acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet meer noodzakelijk. Daarom wijst hij het verzoek af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummers: NL24.30504 en NL24.30506

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen

[verzoeker 1] en [verzoeker 2], V-nummers: [V-nummer] en [V-nummer] , verzoekers
(gemachtigde: mr. A.M.I. Eleveld),
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de minister
(gemachtigde: mr. R. Hopman).

Procesverloop

Bij besluiten van 1 augustus 2024 (de bestreden besluiten) heeft de minister de aanvragen van verzoekers tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoekers hebben tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld. Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft de verzoeken, samen met de zaken NL24.30503 en NL24.30505, op 20 augustus 2024 op zitting behandeld. Verzoekers zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. Als tolk is verschenen T. Sharaf. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL24.30503 en NL24.30505, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op de beroepen. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Catsburg, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S.J. Valk, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
26 augustus 2024
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.