ECLI:NL:RBDHA:2024:14974
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvragen wegens onvoldoende aannemelijk bedreiging vanwege atheïsme in Turkije
Eisers, beiden met de Turkse nationaliteit, vroegen asiel aan wegens bedreigingen in Turkije vanwege hun atheïsme, waaronder een dreigbrief met kogels en een poging tot ontvoering van hun dochter. Zij stelden dat de Turkse autoriteiten hen onvoldoende bescherming boden, mede omdat eiser mishandeld zou zijn door de politie.
De minister van Asiel en Migratie wees de aanvragen af omdat het verband tussen de bedreigingen en het atheïsme niet aannemelijk was gemaakt. De rechtbank bevestigt dit oordeel en stelt vast dat de bedreigingen niet duidelijk religieus gemotiveerd zijn en dat eisers onvoldoende bewijs leverden van het ontbreken van bescherming door de Turkse overheid.
De rechtbank overweegt dat atheïsten in Turkije in algemene zin niet worden vervolgd door de overheid en dat eisers de politie konden inschakelen. De mishandeling van eiser door de politie is niet onderbouwd met medische documenten en aangifte. Ook is de strafzaak tegen eiser wegens belediging en geweld niet voldoende om vluchtelingrechtelijke vervolging aan te nemen.
De beroepen worden ongegrond verklaard, de bestreden besluiten blijven in stand en eisers krijgen geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter J.F.I. Sinack op 17 september 2024.
Uitkomst: De rechtbank wijst de beroepen af en bevestigt de afwijzing van de asielaanvragen wegens onvoldoende aannemelijk verband tussen bedreigingen en atheïsme.