ECLI:NL:RBDHA:2024:1488
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser, van Sierra Leoonse nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Kroatië verantwoordelijk werd geacht op grond van de Dublinverordening.
Eiser betwistte dat Kroatië verantwoordelijk was en stelde dat de overheid individuele garanties van Griekenland had moeten vragen om overdracht aan Griekenland mogelijk te maken. Ook voerde eiser aan dat er onzorgvuldigheid was bij het aanmeldgehoor vanwege het gebruik van een tolk die niet in het tolkenregister stond.
De rechtbank oordeelde dat het besluit van de Staatssecretaris om Kroatië te claimen op basis van artikel 3 lid 2 en Pro artikel 20 lid 5 van Pro de Dublinverordening terecht was. Er bestond geen verplichting tot het vragen van individuele garanties aan Griekenland. Daarnaast was de onzorgvuldigheid bij het aanmeldgehoor onvoldoende onderbouwd om het beroep te laten slagen.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep kennelijk ongegrond en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af wegens niet-ontvankelijkheid. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard.