ECLI:NL:RBDHA:2024:1485
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet in behandeling nemen verblijfsvergunning
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om haar aanvraag voor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de aanvraag.
De rechtbank stelt vast dat eiseres geen gronden voor haar beroep heeft aangevoerd, ondanks een herstelmogelijkheid en een verzoek om alsnog beroepsgronden in te dienen. De gemachtigde van eiseres heeft zich teruggetrokken en er is geen opvolger gemeld.
De rechtbank beoordeelt vervolgens of er bijzondere omstandigheden zijn die een gedwongen overdracht naar Duitsland zouden verbieden op grond van artikel 3 EVRM Pro, zoals bedoeld in het arrest Bahaddar van het EHRM, maar concludeert dat dit niet het geval is.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en wijst de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening af wegens gebrek aan connexiteit. Er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de verblijfsvergunning wordt niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.