De zaak betreft de verlenging van een machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige die verblijft in een hybride groep van een jeugdhulpaanbieder. De minderjarige woont al langere tijd niet thuis en heeft moeite zich aan afspraken te houden, met eerdere weglopen en risicovolle contacten als gevolg. Sinds kort zijn er twee coaches betrokken die werken aan een thuisplaatsing.
De kinderrechter heeft de mondelinge behandeling met gesloten deuren gehouden, waarbij de minderjarige zelf is gehoord. De moeder was niet aanwezig, maar correct opgeroepen. De gecertificeerde instelling verzoekt de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing tot de duur van de ondertoezichtstelling.
De kinderrechter oordeelt dat verlenging noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding. Hoewel de minderjarige feitelijk haar vrijheid wordt ontnomen doordat de deur op slot is en zij een pasje zou hebben om de deur te openen, mogen met deze machtiging geen vrijheidsbeperkende maatregelen worden genomen. Daarvoor zou een gesloten machtiging nodig zijn. De kinderrechter benadrukt dat de verlenging geen bevoegdheid tot vrijheidsbeperking verleent.
De machtiging wordt verlengd tot 22 februari 2025 en is uitvoerbaar bij voorraad. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na uitspraak door tussenkomst van een advocaat.