ECLI:NL:RBDHA:2024:14789
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en Zwitserland
Eiser heeft op 22 januari 2024 in Nederland asiel aangevraagd, maar de minister heeft deze aanvraag op 2 mei 2024 niet in behandeling genomen omdat Zwitserland verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening. De minister baseerde dit op Eurodac-gegevens waaruit bleek dat eiser eerder in Zwitserland asiel had aangevraagd en de Zwitserse autoriteiten hadden ingestemd met terugname.
Eiser voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet langer geldt voor Zwitserland vanwege vermeende schendingen van internationale verplichtingen, waaronder het feit dat een beroep in Zwitserland geld kost en er sprake zou zijn van racisme en discriminatie. Hij stelde dat zijn asielaanvraag in Nederland behandeld moet worden.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat Zwitserland zijn verplichtingen niet nakomt. Het financiële obstakel voor beroep is volgens de rechtbank niet in strijd met internationale regels, en het rapport over discriminatie erkent ook dat Zwitserse autoriteiten maatregelen nemen. Ook de medische situatie van eiser en zijn bewering geen asielprocedure meer te hebben in Zwitserland, overtuigen de rechtbank niet.
De rechtbank concludeert dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel blijft gelden en dat overdracht naar Zwitserland niet onevenredig hard is. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en eiser mag worden overgedragen. Proceskosten worden niet vergoed.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de overdracht aan Zwitserland blijft in stand.