ECLI:NL:RBDHA:2024:14786
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in asielzaak Dublin-verantwoordelijkheid
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister van Asiel en Migratie heeft dit verzoek niet in behandeling genomen omdat Duitsland volgens het Dublin-verdrag verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag.
Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en tegelijkertijd een voorlopige voorziening gevraagd om het besluit tijdelijk te schorsen. De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht zonder zitting uitspraak gedaan.
De rechtbank heeft bij een gelijktijdige uitspraak het beroep ongegrond verklaard, waardoor de voorlopige voorziening niet meer nodig is. Daarom is het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep ongegrond is verklaard.