ECLI:NL:RBDHA:2024:14736
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning minderjarige vreemdeling wegens ondeugdelijke motivering en belangenafweging
Eiseres, een minderjarige vreemdeling geboren in de Verenigde Staten en opgegroeid in Togo, werd op 14-jarige leeftijd door haar vader naar Nederland gebracht en daar alleen achtergelaten. Na diverse eerdere afwijzingen van verblijfsaanvragen, werd haar aanvraag om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder niet-tijdelijke of tijdelijke humanitaire gronden afgewezen. De rechtbank oordeelt dat het beleid in paragraaf B9/16.2 van de Vreemdelingencirculaire alleen ziet op situaties met gezagsbeëindiging, terwijl eiseres een voogdijmaatregel heeft vanwege een gezagsvacuüm. Verweerder heeft onvoldoende gemotiveerd waarom niet van het beleid wordt afgeweken op grond van artikel 4:84 Awb Pro, terwijl relevante omstandigheden niet zijn betrokken.
Daarnaast heeft verweerder de belangenafweging op grond van artikel 8 EVRM Pro niet deugdelijk gemotiveerd. Verweerder heeft nagelaten het belang van de Nederlandse staat concreet te onderbouwen en heeft onterecht een uitzonderingsbeoordeling gehanteerd, terwijl eiseres als minderjarige door haar vader naar Nederland is gebracht en geen verwijt treft. De rechtbank concludeert dat de belangenafweging vanuit een neutraal uitgangspunt had moeten plaatsvinden.
Gelet op deze gebreken wordt het bestreden besluit vernietigd. Verweerder wordt opgedragen binnen acht weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens ondeugdelijke motivering en belangenafweging.