ECLI:NL:RBDHA:2024:14619
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet-ontvankelijk verklaring asielaanvraag vanwege status in Bulgarije
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk te verklaren. De minister baseerde dit besluit op het feit dat eiser sinds 8 februari 2023 internationale bescherming geniet in Bulgarije.
Tijdens de zitting op 13 augustus 2024 heeft de rechtbank de argumenten van eiser beoordeeld, waaronder zijn stelling dat de kwetsbaarheid van zijn vrouw en kinderen als eenoudergezin in Bulgarije onvoldoende wordt onderkend. Eiser stelde dat zijn gezin een reëel risico loopt op mensonterende detentie in Bulgarije.
De rechtbank concludeerde dat de beroepsgronden zich uitsluitend richten op de situatie van de vrouw en kinderen, niet op de persoonlijke situatie van eiser. Er zijn geen omstandigheden aangevoerd die aantonen dat eiser zelf in Bulgarije een reëel risico loopt op schending van artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 Handvest Pro. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.
Eiser krijgt geen vergoeding van proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter P.J.M. Mol en griffier S.J. Valk op 16 augustus 2024.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de niet-ontvankelijk verklaring van zijn asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.