ECLI:NL:RBDHA:2024:14604

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
21 augustus 2024
Publicatiedatum
13 september 2024
Zaaknummer
NL24.26248
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbArt. 42 Vreemdelingenwet 2000
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek proceskostenveroordeling na intrekking beroep asielaanvraag wegens verlengde beslistermijn

Verzoeker diende op 30 augustus 2023 een asielaanvraag in. Verweerder, de minister van Asiel en Migratie, had oorspronkelijk uiterlijk 1 maart 2024 moeten beslissen. Door het besluit WBV 2023/3 is de beslistermijn met negen maanden verlengd tot 1 december 2024.

Verzoeker startte een beroep wegens het uitblijven van tijdige beslissing, maar verweerder nam op 18 juli 2024 alsnog een inwilligend besluit. Hierop trok verzoeker het beroep in en verzocht om proceskostenvergoeding. Verweerder weigerde deze te vergoeden.

De rechtbank oordeelt dat de ingebrekestelling van 6 juni 2024 prematuur was omdat de beslistermijn nog niet was verstreken. Hierdoor was het beroep niet ontvankelijk en is er geen sprake van tegemoetkoming aan het beroep in de zin van artikel 8:75a Awb. Het verzoek tot proceskostenveroordeling wordt daarom afgewezen.

Uitkomst: Het verzoek tot proceskostenveroordeling wordt afgewezen omdat het beroep niet ontvankelijk was door de verlengde beslistermijn.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL24.26248
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[verzoeker] , verzoeker V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. E. Berger)
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,verweerder

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep van verzoeker, omdat verweerder niet op tijd heeft beslist op de asielaanvraag van verzoeker.
Op 18 juli 2024 heeft verweerder alsnog een inwilligend besluit genomen op de aanvraag.
Naar aanleiding hiervan heeft verzoeker het beroep ingetrokken met daarbij het verzoek verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten. Verweerder heeft aangegeven de proceskosten niet te willen vergoeden.

Overwegingen

1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.
2. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht. Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
3. Verzoeker heeft op 30 augustus 2023 zijn asielaanvraag ingediend. Verweerder had, met toepassing van artikel 42, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, in beginsel uiterlijk op 1 maart 2024 op de aanvraag moeten beslissen.
4. Sinds 27 januari 2023 is het besluit met kenmerk WBV 2023/3 van kracht.1 Dit besluit heeft tot gevolg dat de beslistermijnen van asielaanvragen die zijn ingediend vanaf 1 januari 2023 tot 1 januari 2024 met negen maanden zijn verlengd. De asielaanvraag van verzoeker valt onder het toepassingsbereik van dit besluit. Dit betekent dat de beslistermijn in zijn zaak met negen maanden was verlengd en dat verweerder uiterlijk op 1 december 2024 op de aanvraag had moeten beslissen. De ingebrekestelling van 6 juni 2024 was dan ook prematuur, hetgeen zou hebben geleid tot een niet-ontvankelijk beroep.
5. Nu er geen sprake is van een ontvankelijk beroep, is naar het oordeel van de rechtbank ook geen sprake van geheel of gedeeltelijk tegemoetkomen aan het beroep van verzoeker in de zin van artikel 8:75a van de Awb. Het verzoek wordt als kennelijk ongegrond afgewezen.

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek tot proceskostenveroordeling af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Loman, rechter, in aanwezigheid van mr. A.W. van Eerden, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
21 augustus 2024
Mr. G.P. Loman A.W. van Eerden
Rechter Griffier
Rechtbank Midden-Nederland
1 Staatscourant van 26 januari 2023, nr. 3235.
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrif indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.