Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[verzoeker], verzoeker
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van 24 juli 2024, waarbij de minister van Asiel en Migratie de asielaanvraag niet in behandeling heeft genomen omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. De voorzieningenrechter heeft het verzoek zonder zitting behandeld op grond van artikel 8:83, derde lid, Awb.
De rechtbank heeft op 11 september 2024 in een aanverwante zaak het beroep van verzoeker ongegrond verklaard, hetgeen ook voor dit verzoek om voorlopige voorziening geldt. Gezien deze uitspraak is het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter K.M. de Jager en is zonder mogelijkheid tot hoger beroep of verzet. De zaak betreft een bestuursrechtelijke procedure binnen het vreemdelingenrecht, specifiek de toepassing van de Dublinverordening.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt afgewezen.